GEDRAGSCODE VOOR FILOSOFISCH CONSULENTEN Zoals vastgesteld in de algemene ledenvergadering van 14 juni 1997

A. Preambule.

De VFP heeft deze gedragscode ontwikkeld en vastgesteld vanuit de. wens en de behoefte om. het beroep van `Filosofisch consulent' duidelijker gestalte te geven. Hiermee is een stap gezet op een weg naar verdere maatschappelijke, erkenning en professionele profilering. Het is de bedoeling dat in de komende jaren nadere kwaliteits- en scholingscriteria worden ontwikkeld. Deze code is. gebaseerd op de volgende overweging: Bij de filosofisch consulent Is een professionele "deskundigheidsmeerwaarde" aanwezig die de cliënt in dat opzicht in een onevenwichtige positie plaatst. Dit is ook de primaire aanleiding tot een gedragscode: bescherming van de in zeker opzicht afhankelijke cliënt.

 

In de onderstaande artikelen worden de volgende omschrijvingen gehanteerd:

 

·         ·         "filosoof' en "(filosofisch) consulent": een op grond van een doctoraaldiploma Filosofie en verdere scholing bekwaam geacht persoon die een praktijk voert en in dat kader personen ontvangt die tegen betaling gebruik willen maken van de deskundigheid van de filosoof en daarmee "cliënten" worden.

·         ·         "consult", "contact" en "consultgesprek": het gesprek dat op basis van een afspraak plaats vindt en waarvoor de klant een honorarium betaalt.

B.     B.       Doeistelling.

De code beoogt (mogelijke) cliënten en verwijzers inzichtelijk te maken aan welke gedragsregels de filosoof zich zal houden. Cliënt en verwijzer kunnen de filosoof daarop aanspreken. De consulent dient de code aan de cliënt beschikbaar te stellen.

Met de code wordt tevens een grotere "professionele homogeniteit" beoogd.

 

C.     C.      Klachten

Een filosofisch consulent heeft verklaard zich aan deze gedragscode te zullen houden en voor de cliënt kan dat een (extra) reden zijn om deze filosoof te consulteren en ook voor de verwijzer kan dat een reden zijn om te verwijzen. Als cliënt of verwijzer menen dat de consulent zich niet aan de code houdt, dan. kunnen zij dat aan het bestuur melden.. Het bestuur zal dan onderzoek doen op de in de artikel 7 aangegeven wijze.

 

D Bestand

De code bevat gedragsregels waaraan de filosoof zich verbindt. Dit wordt ook naar de VFP uitgesproken in de vorm van ondertekening van de code, zoals behorend hij de aanvrage voor het Praktijkvoerend Lidmaatschap. De VFP vormt zo een openbaar bestand met daarin vermeld de consulenten die de code  hebben ondertekend.

 

Artikelen

 

1.1.  vooronderstellingen

De cliënt kan zowel een privé-persoon ah een representant van een organisatie of beroepsgroep zijn; het gaat steeds om relaties waarin de cliënt een vorm van dienstverlening honoreert die naar haar aard een consultatie is.

 

doelen De consulent kan een breed scala van doelen voor het contact hanteren maar zal daarbij de doelen van de cliënt respecteren en tot uitgangspunt nemen; de doelen van de consulent zullen daarvan een afgeleide zijn of zijn door de consulent aan de cliënt voorgelegd en door deze expliciet akkoord bevonden.

 

3.3.   middelen

De consulent kan in principe een breed scala van middelen en werkvormen hanteren. Daarbij dient de consulent zich te realiseren dat elke werkvorm een wijze van omgaan met de cliënt is en dus een voorstel en definitie van de relatie impliceert. Daarom zal de consulent ervoor waken dat de in het gebruik van de werkvorm aanwezige relatiedefinitie niet in strijd is met andere artikelen uit deze code maar respect uitdrukt, het dialogisch karakter van de relatie vorm geeft en machtsmisbruik uitsluit.

 

4.4.   contactsituaties

De consulent mag alleen dan contact aangaan met een andere belanghebbenden zoals verwijzers en familieleden of huisgenoten etc. als daarvoor uitdrukkelijke toestemming van de cliënt is verkregen. Daarbij worden de doelen en de door de cliënt aangegeven grenzen te allen tijde gerespecteerd.

 

5.5.   deskundigheid De consulent zal zich door regelmatige reflectie op de beroepsuitoefening bezinnen op leemten in de eigen deskundigheid en trachten die d.m.v. zelfstudie en studiedagen etc. aan te vullen.

6.6.   vormen van zorgvuldigheid

a.a.   De consulent zal alleen dan een consultrelatie aangaan als de cliënt daar expliciet om heeft verzocht en als de cliënt in redelijke mate is geïnformeerd over wat de consult-relatie naar aard en omvang kan inhouden.

Toelichting: het consult impliceert dus altijd een soort "afspraak" tussen partijen.

 

b.b.  De consulent zal de privacy van de cliënt en van bet consult met de cliënt te allen tijde respecteren.

Toelichting: Dit betekent dat er geen gegevens over de cliënt op een herkenbare wijze buiten het consult terecht komen. Bij casusbesprekingen en -beschrijvingen moet anonimiseren plaats vinden.

 

c. c.   De consulent zal morele en levensbeschouwelijke opvattingen van de cliënt respecteren. Toelichting: de reconstructieve, constructieve en deconstructieve capaciteiten van de filosoof ten opzichte van deze opvattingen worden alleen binnen het kader van de "afspraak" aangewend.

 

d.d.  De consulent is te allen tijde bereid zich tegenover de cliënt te verantwoorden over de wijze waarop het consult door de consulent wordt uitgevoerd.

Toelichting: Dit betekent dat de filosoof zich wil verantwoorden en ook dat de "afspraak" telkenmale kan worden herzien; ook op initiatief van de filosoof.

 

e.e.   De consulent is gemotiveerd om zich regelmatig te bezinnen op de gang van zaken tijdens de consulten en op bet wijsgerig karakter daarvan; en om daarover, met inachtneming van het onder b bepaalde, mondeling of schriftelijk met collegae te reflecteren.

Toelichting: de consulent beschouwt bet consulent-zijn mede als een deel van een professionaliseringsproces dat gebaat is bij uitwisseling van informatie en opvattingen. Zo wordt ook een vorm van eigen en onderlinge kwaliteitsbewaking gerealiseerd.

 

f.  f.    De consulent maakt zo nodig duidelijk waar de grenzen van haar/zijn persoonlijke professionele competentie liggen en waar verwijzing naar of consultatie van andere professies door de consulent wordt overwogen. De consulent waakt ervoor deze grenzen niet te overschrijden. Verwijzing en consultatie vallen onder eerdere bepalingen van deze code; zie art. 4 en 6b.

7 Klachtenregeling

De cliënt die meent dat de filosoof in strijd met deze code heeft gehandeld kan daarover beklag doen bij het bestuur. Het bestuur wijst uit haar midden 2 leden aan die de partijen (cliënt en consulent) horen. Deze bestuursdelegatie adviseert het bestuur over een maatregel. Het voltallig bestuur besluit daarover.

Het bestuur kan vervolgens de volgende maatregelen treffen:

-waarschuwing.

-voorwaardelijke ontzetting uit het `Praktijkvoerend lidmaatschap" met bijscholing of supervisie als voorwaarde.

-ontzetting uit het "Praktijkvoerend lidmaatschap", met publicatie hiervan in de Verenigingsorganen.

 

De beklaagde kan tegen een maatregel in beroep gaan bij de Algemene Ledenvergadering; bestuur en beklaagde wijzen dan beide een lid aan dat deze procedure ten behoeve van een ALV voorbereidt; een en ander onder regie van bet bestuur. Een beroep tegen een maatregel heeft een opschortende werking.

 

8. Aansprakelijkheid

De VFP is nimmer aansprakelijk te stellen door cliënten die op grond van een consult van een consulent menen schade te hebben geleden. De consulent is verantwoordelijk voor de kwaliteit van haar/zijn werk.

Cliënten, kwesties en klachten

Elke cliënt kan er van uit gaan dat bij een bezoek aan één van de vermelde filosofen de in de code staande regels worden gerespecteerd.

Toch kunnen er dingen mis gaan, en daarom ziet bet bestuur van de VFP graag dat zowel de cliënten als de filosofen zich tot het bestuur wenden als er klachten zijn of interpretatie kwesties. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen:

 

1.1.   Kwesties.

Kwesties kunnen door een cliënt (en mogelijk samen met de filosoof) worden geformuleerd om jurisprudentie te ontwikkelen, om scherper te krijgen wat met een bepaalde formulering wordt bedoeld of te zorgen dat die wordt verbeterd. het gaat hierbij dus primair om interpretatiekwesties en nog niet om een geschil of conflict.

 

2.2.   Klachten.

Klachten worden door een cliënt worden geformuleerd omdat zij of hij serieus van oordeel is dat de filosoof de code heeft genegeerd en hebben dus betrekking op een of meer artikelen van de code.

 

Deze code is, na enkele commentaar- en besprekingsronden met een aantal op dat moment bekende praktijkvoerende leden, vastgesteld door de ledenvergadering van de VFP. Het bestuur geldt als hoogste gezag bij klachtenprocedures.

VFP-informatie

De Vereniging voor Filosofische Praktijk is in 1989 opgericht en heeft intussen ruim 100 leden. Het lidmaatschap staat open voor afgestudeerde filosofen (gewoon lidmaatschap), voor studenten filosofie (aspirant lidmaatschap), voor deskundigen uit andere beroepsgroepen (adviserend lidmaatschap) en voor anderen die het werk van de VFP willen steunen (steunend lidmaatschap). De VFP kent een eigen rubriek in het tijdschrift FILOSOFIE met artikelen en berichten, organiseert cursussen en studiedagen es neemt andere initiatieven. Zij is ook internationaal actief: er vindt regelmatig overleg plaats met zusterverenigingen en er wordt deelgenomen aan internationale congressen; in 1996 heeft de VFP het tweede internationale congres voor filosofische praktijk georganiseerd